Vorige week nam ik twee dagen vrij.
Niet om iets nuttigs te doen, zoals het schilderen van de kozijnen of het voorjaarsklaar maken van de tuin.
Maar om te puzzelen, te lezen en te lummelen.
Omdat mijn lichaam aangaf dat ik moe was.
Vroeger had ik mezelf dat niet toegestaan.
Lummelen was voor mietjes.
Voor mensen zonder leven.
Of in ieder geval zonder to-do lijst zoals die van mij.
Dus ik snap die dubbele gezichten wel.
De woorden: “oh lekker, dat zou ik ook eens moeten doen” met blikken die iets anders zeiden.
En de verhalen erachteraan.
Dat het hen niet lukt.
Dat ze zich schuldig voelen.
Dat er altijd nog iets moet.
Dat stemmetje ken ik ook.
Dat zei dat ik pas mocht lummelen als ik eerst 1001 dingen had gedaan.
Alleen… dat lijstje is er nog steeds.
Maar bovenaan staan nu dingen als:
lezen, puzzelen, slapen, mijn nagels lakken, een stukje lopen in de zon.
Het lijstje veranderde niet.
Alleen de inhoud.
En gek genoeg… is dat stemmetje nu best tevreden.
Reactie plaatsen
Reacties